Perstekst
30 jaar Rud Hart
De avonturen van RUD HART door Gilbert Declercq
De vliegtuigstrip Rud Hart ging 30 jaar geleden voor het eerst van start op 4 mei 1979 in het Nederlandse stripblad EPPO. Een deel van de verhalen verschenen ook in album van 1984 af door uitgeverij De Vlijt en later Het Mannekesblad.
Uitgeverij Bonte heeft nu het initiatief genomen om alle verhalen opnieuw in album uit te geven ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van de reeks.
Het eerste album wordt een primeur: het is het nooit eerder in album uitgegeven verhaal 'De Opstandelingen' . Het is de bedoeling alle titels tegelijk op de markt te brengen in Maart 2010, dit in beperkte oplage in zwart/wit op basis van de originele pagina's. Voor deze gelegenheid heeft de auteur Gilbert Declercq voor elk album een nieuwe cover gemaakt.
Rud Hart albums
1 Vliegtuig Vermist
2 De Opstandelingen
3 Olie voor Nagar
4 Intrige op Santarey (album met 3 kortverhalen)
5 Space shuttle gekaapt
6 De barok-idioot
7 Het gouden vliegtuig.
(Download covers 1-7 in een ZIP-bestand)

GILBERT DECLERCQ
ALS STRIPAUTEUR...
Gilbert Declercq had al zijn diploma Sierkunsten op zak toen hij ook nog in 1970 afstudeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent in de afdeling Animatiefilm van Raoul Servais . Hij was toen meteen de enige en eerste mannelijke gediplomeerde Animatiefilmer van deze gloednieuwe afdeling.
Hij werkte op dat moment nog trouwens aan een korte 35-mm. filmpje met als titel'No, thank you'. Volgens hem is de boodschap van dit filmpje er een 'voor en van het kind in de mens'. De eenvoudige korte prent zou trouwens jarenlang onderdeel uitmaken van een filmprogramma dat verdeeld werd door Progrès-films.
Tijdens zijn studententijd had Gilbert al enkele illustraties gepubliceerd in vrouwenbladen zoals Mimosa, Rosita, Libelle en Het Rijk der Vrouw. Maar nog belangrijker voor hem was de enkele jaren voordien in Ons Volkske gepubliceerde 4-pagina strip. Hij had de strip getekend toen hij 15 jaar oud was, maar hij werd pas gepubliceerd toen hij al ruim 16 was. Dat deze documentaire strip als thema de luchtvaart had (D-558-2 Skyrocket) was niet toevallig. Gilbert was reeds sinds lang sterk in deze materie geinteresseerd.
Na het beeindigen van zijn studies begon Declercq vol goede moed aan een free-lance loopbaan als illustrator, schilder en stripauteur. Hij kreeg de kans voor het stripblad Ohee wekelijks een cover te tekenen en ook regelmatig ander illustratiewerk te doen. Daarnaast werkte hij ook deeltijds samen met Eddy Ryssack en maakte ook een groot aantal korte verhalen, waarvan de meeste pas veel later werden gepubliceerd. Zoals voor bijna al zijn strips schreef Gilbert hiervoor ook zelf de scenario's.
Er verscheen in die periode ook werk van hem in Top-magazine (o.a. Miss Puntje en Devoon en Carboon).
Eind 1977 kreeg Gilbert Declercq de kans om voor het Nederlandse stripblad Eppo een vliegtuigstrip te maken. Een jongensdroom ging in vervulling. Voor de opzet van de verhalen koos Gilbert resoluut voor een 'burger-versie' van de pilotenstrip. Het mocht geen tweede Buck Danny of Dan Cooper worden. De hoofdfiguren moesten minder 'koelbloedige helden' zijn . Declercq, die ook een grote interesse heeft voor filosofie en psychologie, probeert ook in al zijn verhalen bewust een 'boodschap' mee te geven.
De naam Rud Hart had Gilbert enkele jaren voordien al bedacht voor een ander stripfiguur. Het was een personage, welke een dubbel leven leidde van boer en geheim-agent. Het bleef bij een proef, maar de naam vond Gilbert wel OK.
Bij de opstart van de vliegtuigstrip was het grootste probleem voor Gilbert het aanpassen van zijn tekenstijl. Op vraag van de redactie van Eppo moest zijn lijnvoering heel wat koeler worden, dus niet zo vrij-en schetsmatig. Dit was noodzakelijk om een “technische” strip te realiseren. Er vond aanvankelijk een soort ontwrichting van zijn techniek plaats en volgens de tekenaar heeft het een aantal verhalen geduurd voor hij een zeker evenwicht terug vond.
Na de publicatie van de eerste twee verhalen met als titel respektievelijk Vliegtuig vermist en De Opstandelingen werd door de redactie gekozen voor een ander scenarioschrijver. Het werd Kelvin Gosnell. Die scenarist schreef voordien o.a. ook verhalen voor de reeks Storm. Het nieuwe verhaal kreeg als titel :Olie voor Nagar. Kort daarna schreef Kees Vuik, die een lid was van de redactie, ook nog drie kortere verhalen voor Rud Hart: Intrige op Santarey, Nachtvlucht boven de Nordfjord en Voorzichtig Breekbaar! Na dit laatse verhaal liet Kees Vuik Rud Hart en zijn vriend Jef de Vlaeminck verongelukken. Dit laatste was een 'galante' oplossing om de reeks af te sluiten. Het verdwijnen van Rud Hart en nog een aantal andere stripreeksen uit Eppo was het gevolg van de fel verslechterde verkoopcijfers van het blad. Later wisselde het stripblad nog een paar keer van naam, maar verdween uiteindelijk. Reçent werd het blijkbaar weer opgestart.
Declercq bood de reeks aan aan Gazet Van Antwerpen. Men kende hem daar nog van vele jaren voordien, toen hij in zijn beginperiode er de strips Terry Trom en De Witte Tijger publiceerde. Dit was een door Serge Bertran (syn. Danny De Laet) bewerkte versie van een verhaal van John Flanders.
Uitg. De Vlijt bracht vier verhalen in album uit, waarvan twee nieuwe: Space Shuttle gekaapt en De Barok-Idioot . En nog een verhaal welke alleen in de krant verscheen: Het Gouden Vliegtuig. Maar er dreigden nieuwe onweerswolken. De toenmalige directie van De Vlijt had besloten te stoppen met hun stripproduktie en het lopende kontrakt met Declercq werd , met het nodige cynisme, eenzijdig verbroken. Toch wist de uitgeverij dat Declercq toen al ijverig werkte aan een nieuw Rud Hart-verhaal (waar ze trouwens de plot hadden van goedgekeurd...) over de aktiviteiten van Artsen Zonder Grenzen. Het was een hele karwei geweest voor de auteur om de -overigens enthousiaste- medewerking van AZG en de Belgische Luchtmacht te verkrijgen. Maar het mocht niet baten. De enige troost was de heel begripvolle reaktie van de mensen van AZG en de Belgische Luchtmacht...
Gelukkig had Declercq nog andere pijlen op zijn boog en had hij de handen vol met zijn aktiviteiten als schilder en illustrator. Dit laatste deed hij in die periode voornamelijk voor het weekblad Panorama, Pelckmans Uitg. en de uitgaven van Reader's Digest. Maar ook de scenarist Marck Meul kwam aankloppen met de idee om een nieuwe vliegtuigstrip op te starten voor het weekblad Robbedoes. Er was toenertijd een min of meer autonome Nederlandstalige redactie onder leiding van Jos Wouters. De reeks werd Avalon Air gedoopt en een eerste verhaal, 'Crissie' genaamd, werd gepubliceerd. Een tweede verhaal dat de titel meekreeg 'De hemel boven Korea' was een bewust gekozen eerbetoon aan de toen reeds enkele jaren overleden Victor Hubinon. Het verhaal werd afgewerkt, betaald, maar nooit gepubliceerd...De autonome Nederlandstalige redactie was inmiddels opgedoekt.
Gilbert had intussen ook kontakt met Uitg. Lombard. Daar kreeg hij de kans om voor het weekblad Kuifje een avonturenstrip te maken met als algemeen thema de zeil -en scheepvaart. De nieuwe held Jody Barton werd geboren. Na de voorpublicatie verscheen er een eerste album (ook in het Frans) . Er werd een plot gemaakt voor deel 2....doch toen gebeurde het voor de stripliefhebber ondenkbare: het weekblad Kuifje verdween! Bovendien werden heel wat reeksen afgebouwd of stopgezet, waaronder Jody Barton.
Declercq tekent nu een paar korte Historische verhalen waaronder 'De slag der Gulden Sporen' en 'De wereld in brand geschoten' voor Uitg. Snoeck-Ducaju. Rond diezelfde periode krijgt Gilbert de opdracht van het Nationaal Scheepvaartmuseum te Antwerpen om een strip te maken met als thema de emigratie naar Amerika. De strip wordt gelinkt aan een langlopende tentoonstelling over ditzelfde gegevenin het Museum. 'Een koffer vol hoop' wordt de titel van dit fictief, doch correct gedocumenteerd verhaal. De hoofdfiguur is de jonge Oostenrijkse vrouw Enzi. Er kleeft echter één schaduwzijde aan het album: de inkleuring, die niet door Gilbert zelf werd uitgevoerd, bleek heel slecht gedaan te zijn. Tijdsgebrek liet het niet toe om alles opnieuw te doen...
Hert album verscheen in een Nederlandstalige en Engelse versie. Bovendien kreeg de uitgave héél onverwacht aandacht uit Duitsland. Men was in Hamburg volop aan de voorbereiding bezig van een tentoonstelling over hetzelfde thema: emigratie naar de V.S.
Declercq kreeg het verzoek om zijn verhaal licht aan te passen aan de sdituatie in Hamburg ten tijde van de emigratiegolf. Dit resulteerde niet alleen in een mooi gekartonneerde Duitse en Engelse albumuitgave, maar Enzi werd ook opgevoerd als de mascotte van de tentoonstelling. Een zeven meter hoog metalen afbeelding van Enzi werd als blikvanger op het dek geplaatst van het Museumschip 'Cape San Diego ' waarin de tentoonstelling plaats had. Er was uitgebreid aandacht in de pers en Declercq moest tijdens de tentoonstelling zelfs een interview weggeven voor de Duitse televisie. Die tentoonstelling is trouwens nog steeds toegankelijk. !
Een deel van de expositie werd later, tijdelijk, overgeheveld naar Ellis Island in New York, waar ook het Engelstalig album werd aangeboden.
Ook de redactie van het Nederlands meidenblad Tina bleek geinteresseerd in de avonturen van Enzi. Gilbert werd gevraagd een iets kortere en enigszins andere versie van het verhaal te maken voor Tina.Daarna volgden nog enkele afleveringen van Enzi's avonturen in de Nieuwe Wereld.
Standaard Uitgeverij startte in diezelfde periode de reeks Classix. Gilbert schreef en tekende een stripversie van het wereldberoemde boek van Charles Dickens: Oliver Twist. Naar hij ons vertelde, vond hij dit een bijzonder fijne opgave.
Er volgde, gezien de komst van het Mozartjaar, een nieuwe opdracht: een strip over het leven van W.A. Mozart. Het moest een trouw relaas worden van het korte, bewogen leven van deze componist. Gilbert dook in de documentie en stelde al vlug vast dat er heel wat versies bestonden over dit leven. Volgens die uitgaven allemaal even betrouwbaar!!!
Toen het tekenwerk ver gevorderd was, wou de uitgever plots een fundamentele wending geven aan de opzet van het verhaal. Het moest minder 'ernstig' zijn, meer 'kinderlijk'...het moest een soort 'Oom-Wim vertelt' -verhaal worden waarin een opa zijn kleindochter informeert over het leven van Mozart. De nieuwe aanpak strookte helemaal niet met de oorspronkelijke optie en met veel tegenzin begon Declercq aan schier eindeloos knip-en plakwerk (letterlijk en figuurlijk) van het verhaal. Het werd afgewerkt , ingekleurd en aangekondigd in de Standaard -catalogus... Het Mozartjaar was intussen al flink opgeschoten en uiteindelijk besloot de uitgever het album NIET te publiceren.!! Na enig palaver kreeg Declercq tenslotte de integrale auteursrechten op zijn werk terug en was eigenlijk héél opgetogen dat deze versie van het verhaal niet werd bepubliceerd.!Tussen zijn drukke werkzaamheden door probeert hij nu de oorspronkelijke versie 'in ere' te herstellen...
Uitgeverij Bonte, die reeds vele jaren geleden belangstelling betoonde voor het werk van Declercq (o.a. speciale uitgaven omtrent Ohee en Jody Barton) besloot een tijd geleden heel wat van het oude ,dikwijls nooit gepubliceerde, werk van de auteur opnieuw uit te geven. Als kers op de taart binnenkort ook de volledige reeks Rud Hart elk met een nieuwe cover van Gilbert Declercq.
ALS SCHILDER...
Wat voor Gilbert Declercq een bijzonder kostbaar goed is, is zijn 'artistieke vrijheid'. Hij heeft zo zijn eigen mening en vooral veel fundamentele vragen over het begrip 'Kunst' ...
Mocht men hem vragen wat hij 'in zijn hart' eigenlijk is, dan zal hij ongetwijfeld antwoorden: 'een schilder'. Maar dat maakt voor hem niet veel uit. De 'hokjesmentaliteit' vindt hij verwerpelijk en dient volgens hem alleen maar voor de zo dikwijls geroemde (commerciele) 'profilering'... Mede daarom is hij , naast zijn stripproductie steeds aktief gebleven als schilder en illustrator. En dit blijkbaar niet zonder sukses...
Het werk van Gilbert Declercq werd tientallen keren tentoongesteld in binnen-en buitenland. Enkele namen: Museum Leon Desmet, galerie Vyncke Van Eyck, Nationaal Scheepvaartmuseum (een zes maanden lopende tentoonstelling over de binnenscheepvaart met als titel: De Kleine Onbekenden), Mall Galleries(London), Museum of American Illustration (New York), galerijen te Innsbruck en Dornbirn (Oostenrijk), Europäische Akademie te Wenen enz...
Zijn aquarelwerken werden nationaal en internationaal bekroond. Eén van de bekroonde werken werd gejureerd door o.a. de prestigieuse Royal Watercolour Society te London.
Declercq zijn werk wer aangekocht door o.a. De Stad Brugge (Potterie museum), Stad Innsbruck (oostenrijk), Nationaal instituut voor de Zeevisserij, Nationaal Scheepvaartmuseum te Antwerpen enz..
Ook wordt zijn werk vertegenwoordigd door een paar belangrijke marine-galerijen in de VS.
Declercq wordt ook fel geprezen voor zijn portretten. Dit resulteerde vele jaren geleden o.a.in het schilderen , in opdracht van Standaard Uitgeverij, van een portret van Willy Vandersteen. Toen de bekende meester het schilderij had gezien besloot hij om de maker ervan es nader te leren kennen. Gilbert werd vereerd met een bezoek aan huis van de beroemde schepper van Suske en Wiske!! Toevallig stelde Gilbert die periode zijn werk tentoon in het Museum Leon Desmet te Deurle. Daar viel Declercq nog meer eer te beurt toen Willy Vandersteen een werk van hem kocht!!
Ook het vermelden waard is het feit dat er in 1992 een aquarel van Gilbert gepubliceerd werd op de cover van 'Het Beste' (Reader's Digest). Dit is niet zo evident daar de beslissing hiervoor door de art-directie in de VS werd genomen en de normen daarvoor zeer hoog lagen.
...ALS ILLUSTRATOR...
Het is ondoenbaar om een overzicht te geven van het illustratiewerk van Gilbert Declercq. Zijn eerst publikaties in dit verband verschenen in diverse vrouwenbladen. Hij was nog student toen de eerste werken verschenen in Mimosa, Libelle-Rosita, Het Rijk der Vrouw. Héél veel en diverse genres illustraties maakte hij voor de publicaties van Uitg. Altiora (Averbode). Voornamelijk in het Top-magazine. Vanaf de eerste dagen na zijn studentijd schilderde hij bijna alle covers voor het toen pas vernieuwde Ohee-magazine (Uitg. Het Volk) . Bij dezelfde uitgeverij verscheen er ook werk van hem in 't Kapoentje.
Talrijke illustraties volgden voor het weekblad Panorama, voor WWF, voor diverse uitgaven van Reader's Digest, heel wat illustratiewerk voor de merchandising van Greenpeace, opdrachten voor Green-Belgium..Maar er was meer.
Declercq werd in 1984 aanvaard al Artist-member van de Amerikaanse beroepsvereniging voor Illustratoren: Society of Illustrators te New York. Bij diverse gelegenheden werd zijn werk er, samen met kollega'a tentoongesteld. Toen de vereniging haar honderd jarig bestaan vierde werd er door de leden een keramieken-tegelwand in de lokalen van het Museum of American Illustration samengesteld waarop ieder illustrator op zijn manier hulde bracht aan de vereniging. Aldus werd de bijdrage van Gilbert ook daar 'vereeuwigd'.
Toen de Duitse speelgoedfabrikant Märklin in 1995 zijn vernieuwd Museum opende in zijn thuisbasis Göppingen, kreeg Gilbert de opdracht om het affiche voor dit gebeuren te ontwerpen. De tekening van het affiche werd ook afgedrukt op een miniatuur-treinwagon, welke voor de verzamelaars alleen te koop was in het Museum.
De Japanse grafische gigant 'Dai-Nippon' verzocht Declercq in 1994 om België te vertegenwoordigen als illustrator bij een prestigieus kalender-project met als thema 'Grenzen'. Gilbert kreeg de opdracht een illustratie te maken voor de maand december op de kalender en het specifieke thema was: Kosmologische Grenzen. Het werd een van zijn beste illustratiewerken. Een anekdote: Gilbert Declercq kreeg aan huis het bezoek van de Japanse art-director van zijn opdrachtgever. Deze kwam persoonlijk het werk evalueren en bezocht aldus alle twaalf Europese illustratoren welke aan het project deelnamen! Tevens had die kalender bij de productie een wereldprimeur: voor het eerst werd de scannig en opmaak van de kalender (in New York) rechtstreeks digitaal doorgestuurd naar de drukkerij in Tokio!
Voor de Duitse verzekeringsmaatschappij Hamburg-Mannheimer illustreerde Gilbert een boekwerk welke de geschiedenis vertelde van het verzekeringswezen. Dit gebeurde op tekst van Toni Zwijsen. Het boek droeg als titel 'Surfen naar Hammoerabi' en werd uitgegeven in het Nederlands, Duits en Frans.
Tevens werd er bij Uitgeverij Lannoo een luxe-editie uitgebracht , gecombineerd met een uitgebreide en heel mooi geillustreerde biografie over Gilbert Declercq. Dit boekwerk kreeg de titel mee: 'Gilbert Declercq, een passioneel palet'.
Zeker nog vermeldenswaard is het illustratiewerk voor een Kerst-kinderboek, uitgegeven door Tyrolia Verlag in Oostenrijk. Het boek draagt de titel: Europaïsche Weihnachten.
Nog voor het thema Kerst-en Adventstijd schilderde Declercq in opdracht van DaimlerChrysler enkele sfeervolle illustraties bestemd voor hun jaarlijks Klanten-Kerstgeschenk.
We blijven nog even in de auto-wereld en vermelden de kreatie van een heel mooi affiche bestemd voor het 'Brussels-Retro festival' anno 1994.
Maar af en toe bewandelt Declercq ook nog andere kreatieve wegen. Zo ontwierp hij verschillende nieuwe historische kostuums voor de Praalstoet der Gouden Boom te Brugge en last but not least ontwierp hij tien van de eenetwintig Praalwagens voor de Historische Praalstoet t.g.v. het 200-jarig bestaan van de Gentse Floraliën .
En intussen werkt Gilbert Declercq verder aan nieuwe teken-en schilderprojecten...
____________________________________________
Gilbert Declercq
CURRICULUM VITAE
Gilbert Declercq werd geboren te Zwijnaarde op 24 oktober 1946.
Hij studeerde Sierkunsten én Animatiefilm (o.l.v. Raoul Servais) aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Tijdens diezelfde periode volgde hij ook de professionele illustratiekursus “Famous Artists Schools”.
Terwijl hij student was werden reeds zijn eerste korte strips en illustraties gepubliceerd in o.a. Ons Volkske, Libelle-Rosita, Het Rijk der Vrouw.
Na in 1970 te zijn afgestudeerd start hij zijn loopbaan als free-lance schilder, illustrator en striptekenaar. Hij maakt in opdracht een korte tekenfilm: ‘No, thank you’ en werkt ook deeltijds samen met stripauteur Eddy Ryssack.
Er verschijnen later strips (meestal naar eigen scenario) en illustraties in o.a.Het Volk, Gazet Van Antwerpen, Le Soir, Top, Eppo, Kuifje, Robbedoes, bij Standaard Uitgeverij, Elsevier, in Tina enz...
Vanaf 1969 stelde hij ook regelmatig tentoon met zijn schilderwerk in België (o.a. Galerie Vyncke-Van Eyck, Museum Leon Desmet, Nationaal Scheepvaartmuseum) in Oostenrijk (Wenen, Innsbruck, Dornbirn), Engeland (Mall Galleries), USA (Museum of American Illustration, New York; The Maritime Museum in Mystic Seaport) enz..
Declercq won verschillende nationale en internationale prijzen voor zijn aquarellen, zoals bij The International Artists in Watercolor Competition die werd gejureerd door o.a. The Royal Watercolor Society in Londen.
Zijn werken werden o.a. aangekocht door de stad Brugge, stad Innsbruck (Oostenrijk), Nationaal Instituut voor de Zeevisserij, Nationaal Scheepvaartmuseum e.a.
In 1984 wordt Gilbert Declercq aanvaard als artist-member van de Amerikaanse beroepsvereniging voor illustratoren: Society of Illustrators.
Enkele bekende opdrachtgevers: Greenpeace, Märklin, Reader’s Digest, Hamburg-Mannheimer Versicherung, DaimlerChrysler, Dai-Nippon (Japan), Tyrolia Verlag (Oostenrijk), Stad Brugge ( Praalstoet der Gouden Boom), Gentse Floraliën.






